CIMEDART
Tijdschrift voor filosofie
sinds 1969



Boekrecensie

Populism: A Very Short Introduction

Bryan Beeckman


Cas Mudde & Cristóbal Rovira Kaltwasser, Populisme (Elementaire Deeltjes, 51), Amsterdam University Press, Amsterdam, 2017, 160 blz., 9,99 euro.

 

In de Nederlandstalige uitgave van Populism: A Very Short Introduction (Oxford University Press, 2017) wagen Cas Mudde en Crisòbal Rovira Kaltwasser een poging  om de lezer vertrouwd te maken met het concept “populisme”.

Ten eerste definiëren/duiden de auteurs het concept populisme als ‘een dunne ideologie volgens welke de maatschappij uiteindelijk verdeeld wordt in twee homogene en vijandige kampen – “het zuivere volk” versus “de corrupte elite” – en stelt dat de politiek een uitdrukking zou moeten zijn van de volonté générale (algemene wil) van het volk’. Deze dunne ideologie wordt steeds verrijkt met een overkoepelende ideologie. Zo zal links-populisme gebruik maken van het socialisme en rechts-populisme van het nationalisme.

Vervolgens verkennen Mudde en Kaltwasser de verschillende vormen van populisme die door de wereldgeschiedenis heen zijn ontstaan. De populistische stromingen binnen Amerika, Latijns-Amerika en Europa worden uitvoerig beschreven. Ook gaan de auteurs kort in op de regio’s Azië, het Midden-Oosten en Afrika. Nogmaals wordt duidelijk dat “het” populisme niet bestaat maar dat het zich altijd in verschillende gedaantes manifesteert. Afhankelijk van de omstandigheden geeft elke populistische beweging/partij een andere invulling aan de oppositionele termen volk en elite. Ook al bespreken de auteurs de situatie in geheel Europa, toch besteden ze voornamelijk aandacht aan het Franse Front National en het Tsjechische OF, ook wel Burgerforum genoemd. Helaas lezen we niets over Geert Wilders’ PVV noch over Filip Dewinters Vlaams Belang.

Mudde en Kaltwasser schrijven verder over de manier waarop populisten hun achterban mobiliseren om hun machtspositie te versterken. Dit kan gebeuren op drie manieren: door personalistisch leiderschap (e.g. Alberto Fuijimori in Peru), via een sociale beweging (e.g. Amerikaanse Tea-Party) of door de oprichting van een politieke partij (e.g. Front National). Deze mobilisatietechnieken komen niet tot zelden tezamen voor. Een uitzondering hierop is de Boliviaanse politieke partij Beweging naar Socialisme (MAS), onder leiding van de populistische president Evo Morales, die ook banden met sociale bewegingen onderhoudt. Door een grondige analyse van de verschillende mobilisatietechnieken tonen de auteurs op gedegen wijze nogmaals aan dat populisme geen eenvormig fenomeen is.

Alle populistische leiders hebben gemeen dat ze zich willen profileren als buitenstaander in het politieke systeem en ze proberen dan ook aansluiting te vinden bij het volk door op een authentieke manier over te komen. Een voorbeeld hiervan is de “ondernemer-populist”, vertegenwoordigd door vastgoedmagnaat als Donald Trump en Silvio Berlusconi, de mediamagnaat die AC Milan opkocht.

De auteurs geven aan dat het populisme niet zozeer een bedreiging vormt voor de democratie an sich, als wel voor de liberale democratie. Zo zijn populistische partijen gekant tegen elke vorm van inperking van de meerderheidsregel. Dit kan leiden tot een aanval op minderheden en de instituties die de grondrechten verdedigen. Al kunnen populistische partijen gezien worden als een bedreiging voor liberaal-democratische bestuurssystemen, zoals de auteurs terecht opmerken, wellicht is hun visie te eenzijdig. Zo ben ik van mening dat de populistische partijen ook een kans bieden. Zo pleit Stefan Rummens in zijn boek Wat een theater! Politiek in tijden van populisme en technocratie (2016) om populistische partijen te beschouwen als symptoom van een falende representatieve democratie. Populistische partijen geven een stem aan het ongenoegen tegen het huidige beleid dat heerst bij een deel van de bevolking. Het is vervolgens de taak van democratische partijen om hier gehoor aan te geven en dit deel van de bevolking tegemoet te komen door middel van nieuwe partijpunten in de volgende verkiezingen.

Tot slot kunnen populistische tendensen, zo stellen Mudde en Kaltwasser, in de kiem worden gesmoord door corruptieschandalen te verminderen (‘reactie aan vraagzijde’) of door de invoering van een cordon sanitaire (‘reactie aan aanbodzijde’). De auteurs besluiten dat de best mogelijke optie om populisme het hoofd te bieden de open dialoog is. Door in dialoog te treden met populisten en hun achterban, alsook hun belangen en bekommernissen ter harte te nemen, kunnen er liberaal-democratische alternatieven ontstaan die aanvaardbaar zijn binnen de grenzen van de liberale democratie. Deze optie lijkt me gunstig en heeft reeds zijn vruchten afgeworpen in Vlaanderen waarbij de Nieuw-Vlaamse Alliantie (NVA) kiezers van het Vlaams Belang voor zich won tijdens de Vlaamse verkiezingen van 2014.

 

Bryan Beeckman